Katheteriseren

In deze module wordt aandacht besteed aan het verzorgen van cliënten met problemen op het gebied van de nieren en/of urinewegen.

Met het urineren zijn veel problemen mogelijk, zoals te weinig, te veel, te vaak of helemaal niet. Te weinig of teveel heeft direct te maken met de vochtbalans. De nieren en urinewegen zijn uitscheidingsorganen. De uitscheiding van afvalstoffen is een van de basisbehoeften van de mens. De spijsvertering en vochtbalans zijn in belangrijke mate afhankelijk van de uitscheiding van afvalstoffen. Bij het normale verouderingsproces neemt het functionele nierweefsel af, de elektrolytenhuishouding wordt onevenwichtiger en in combinatie met bijvoorbeeld bedlegerigheid, is de kans op het ontstaan van afwijkingen aan deze uitscheidingsor ganen groot. Immobilisatie leidt tot verminderde prikkelbaarheid van de blaas, de mictiedrang moet nogal eens onderdrukt worden en dit leidt tot urineretentie en incontinentie. Er is een verhoogde kans op urineweginfecties.

Problemen met de uitscheiding zijn vaak het gevolg van aandoeningen of afwijkingen. De aandacht van de behandelaar is daar primair op gericht. De problemen rond de uitscheiding gelden al snel als secundair en krijgen minder aandacht. Voor de cliënt liggen de prioriteiten meestal precies andersom. Elk ongemak is beter te verdragen als de uitscheiding goed geregeld is. De zorgverlener dient zich niet alleen te beperken tot het lichamelijke en technische aspect, maar ook de psychische en sociale componenten niet uit het oog te verliezen.

Het menselijk lichaam neemt verschillende voedingsstoffen op die talrijke functies vervullen in het lichaam. Er moet echter ook een groot aantal stoffen uit het lichaam worden verwijderd. In deze module zal met name aandacht worden besteed aan de afvalstoffen die als faeces uit het darmkanaal worden verwijderd. Vooral bij oudere mensen wil dit nogal eens voor problemen zorgen. Een aangepast dieet biedt vaak een oplossing, zo niet dan zullen andere middelen gebruikt moeten worden om de stoelgang te stimuleren zoals de klysma. In het ernstigste geval, bijvoorbeeld een gezwel in de darmen, zal een kunstmatige uitgang aangebracht worden de anus praeter naturalis (AP) en urethra praeter naturalis (UP). De verzorging van deze kunstuitgangen vereist de nodige kennis en vaardigheid, mede doordat dit ook de nodige psychische belasting voor de cliënt met zich mee brengt.

Blaascatheterisatie is een voorbehouden handeling.

Voor het aanleren van de vaardigheden zijn de protocollen uit de eigen instelling als uitgangspunt genomen.

In hoofdstuk 1 van deze module worden vanuit de algemene doelstelling leerdoelen geformuleerd, die zijn gericht op het verpleegtechnisch handelen en op de theoretische achtergronden van deze vaardigheden.

In hoofdstuk 2 komt module-organisatie aan bod en de plaats van deze module in de totale scholing ver pleegtech nische vaardigheden. U zult tevens aantreffen wat er van u aan studie-activiteiten wordt verwacht.

In hoofdstuk 3 wordt in het kort enige theoretische achtergrondinformatie gegeven m.b.t. de vaardig he(i)d(en).

In hoofdstuk 4 komt de uitvoeringsstandaard die betrekking heeft op de verpleegtechnische vaardigheden aan de orde en wordt aandacht besteed aan het hoe en waarom van de vaardigheid.

Doelstelling vaardigheid katheter inbrengen in de blaas bij de man (eenmalig en verblijfskatheter)

De cursist is in staat zelfstandig en overeenkomstig het uitgereikte vaardigheidsprotocol een katheterisatie uit te voeren in de blaas bij de man.

Leerdoelen theoretische componenten van de vaardigheid:
De cursist is in staat:
1. de anatomie en fysiologie van de nieren , urinewegen in het kort te beschrijven.
2. de veranderingen van de nieren en urinewegen, behorende bij het normale  
    verouderingsproces, te benoemen.
3. de observaties met betrekking tot de urine uitscheiding te benoemen.
4. een aantal urologische problemen (bij de man) kunnen beschrijven.
5. de specifieke zorg voor een incontinente mannelijke bewoner te benoemen.
6. het doel van katheteriseren te benoemen.
7. de keuze van de benodigde katheterisatie-materialen te verantwoorden.
8. de risico's van katheterisatie te benoemen met de daarbij behorende acties.

Leerdoelen voor het verpleegtechnisch handelen.
De cursist is in staat:
1. de benodigdheden voor het inbrengen van een eenmalige katheter klaar te  
    zetten.
2. de benodigdheden voor het inbrengen van een verblijfskatheter klaar te zetten.
3. een eenmalige katheterisatie uit te voeren op een fantoom.
4. een verblijfskatheter in te brengen bij een fantoom.
5. de controles te verrichten voor en nadat de katheterisatie is uitgevoerd.

Doelstelling vaardigheid katheter inbrengen in de blaas bij de vrouw (eenmalig en verblijfskatheter).
De cursist is in staat zelfstandig en overeenkomstig het aangereikte vaardigheidsprotocol een katheterisatie uit te voeren in de blaas bij de vrouw.

Leerdoelen theoretische componenten van de vaardigheid.
De cursist is in staat:
1. de anatomie en fysiologie van de nieren en urinewegen in het kort te 
    beschrijven.
2. de veranderingen van de nieren en urinewegen, behorende bij het normale 
    verouderingsproces, te benoemen.
3. de observaties met betrekking tot de urine uitscheiding te benoemen.
4. een aantal urologische problemen (bij de vrouw) kunnen beschrijven.
5. de specifieke zorg voor een incontinente vrouwelijke bewoner te benoemen.
6. de keuze voor de benodigde katheterisatie materialen te verantwoorden.

Leerdoelen voor het verpleegtechnisch handelen.
De cursist is in staat:
1. de benodigdheden voor het eenmalig inbrengen van een katheter klaar te 
    zetten.
2. de benodigdheden voor het inbrengen van een verblijfskatheter klaar te zetten.
3. een eenmalige katheterisatie uit te voeren bij een fantoom.
4. een verblijfskatheter bij in te brengen bij een fantoom.
5. de controles te verrichten voor en nadat de katheterisatie is uitgevoerd.

Doelstelling vaardigheid blaasspoelen met een open systeem.
De cursist is in staat zelfstandig en overeenkomstig het aangereikte vaardigheidsprotocol een blaasspoeling met een open systeem uit te voeren bij een bewoner.

Leerdoelen theoretische componenten van de vaardigheid:
De cursist is in staat:
1. het doel van blaasspoelen met een open systeem te benoemen.
2. te verwoorden wat onder blaasspoelen wordt verstaan.
3. de keuze voor de benodigde blaasspoel materialen te verantwoorden.

Leerdoelen voor het verpleegtechnisch handelen:
1. de benodigdheden voor het blaasspoelen klaar te zetten.
2. het blaasspoelen uit te voeren in een oefensituatie op een fantoom.
3. de controles te verrichten voor en nadat de blaasspoeling heeft plaats 
    gevonden.

Doelstelling vaardigheid verzorgen van een supra-pubis katheter
De cursist is in staat zelfstandig en overeenkomstig het uitgereikte vaardigheidsprotocol een supra-pubis katheter te verzorgen.

Leerdoelen theoretische component van de vaardigheid:
De cursist is in staat:
1. de indicaties voor een supra-pubis katheter te benoemen.
2. het doel van een supra-pubis katheter te beschrijven.
3. de keuze van de benodigde materialen te verantwoorden.

Leerdoelen voor het verpleegtechnisch handelen:
1. de benodigdheden voor het verzorgen van een supra-pubis katheter klaar te 
    zetten.
2. het verzorgen van een supra-pubis katheter in een oefensituatie uit te voeren 
    op een fantoom.
3. de controles te verrichten voor en nadat de verzorging van de supra-pubis 
    katheter heeft plaats gevonden.

Contactgegevens

Cadran
Blazoen 14
5081 PT Hilvarenbeek
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel. +31 625064446
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Contact

  • Cadran
  • Blazoen 14
  • 5081 PT Hilvarenbeek
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Tel. +31 625064446
Copyright © cadran.org | Website gerealiseerd door: 
Van Laarhoven Websites