Medicatie / Injecteren / Diabetes

In deze module wordt aandacht besteed aan het toedienen van medicatie. Al eeuwenlang is het gebruik van medicijnen als therapie voor ziekten bekend. Was het vroeger zo dat medicijnen werden bereid uit plantaardige en dierlijke producten, nu geldt dat nog slechts voor een relatief klein deel van het enorme assortiment aan geneesmiddelen. Een assortiment waaruit de bewoners/cliënten veelal een beroep moeten doen om aan grote en minder grote kwaaltjes het hoofd te kunnen bieden. Goede voorlichting, begeleiding en assistentie wordt hierbij van de verpleegkundige/verzorgende verwacht.

Verder zal aandacht worden besteed aan het subcutaan injecteren van medicatie en in het bijzonder insuline via de insuline pen.

Het toedienen van medicijnen is in feite een medische handeling die geschiedt op medisch voorschrift. De verzorgende en verpleegkundige zijn echter wel aansprakelijk als zij een injectie toedienen aan de patiënt. Het toedienen van insuline, al dan niet via een insuline-pen, is een veelvuldig voorkomende handeling voor de verzorgende/verpleegkundige. Het aantal mensen met de ziekte diabetes mellitus neemt schrikbarend toe. Deze stofwisselingsziekte is in vrijwel alle gevallen niet te genezen maar wel te behandelen. Complicaties op langere termijn zijn velerlei.

Voor het aanleren van de vaardigheden zijn de protocollen uit de eigen instelling als uitgangspunt genomen.

In hoofdstuk 1 van deze module worden vanuit de algemene doelstelling leerdoelen geformuleerd die zijn gericht op het verpleegtechnisch handelen en op de theoretische achtergronden van deze vaardigheden.

In hoofdstuk 2 komt module-organisatie aan bod en de plaats van deze module in de totale scholing ver pleegtech nische vaardigheden. U zult tevens aantreffen wat er van u aan studie-activiteiten wordt verwacht.

In hoofdstuk 3 staan de richtlijnen t.a.v. de toetsing en herkansing beschreven.

In hoofdstuk 4 wordt in het kort enige theoretische achtergrond informatie gegeven m.b.t. de vaardig heden.

In hoofdstuk 5 komt de uitvoeringsstandaard die betrekking heeft op de verpleegtechnische vaardigheden aan de orde en wordt aandacht besteedt aan het hoe en waarom van de vaardigheid.

In hoofdstuk 6 vindt u een observatie lijst waarmee stapsgewijs de uitvoering van de vaardigheid kan worden geobserveerd en beoordeeld.

Doelstelling medicijntoediening algemeen

Leerdoelen theoretische componenten van de vaardigheid: 

De cursist is in staat:

  • te verwoorden wat het doel en de indicaties zijn van de verschillende toedieningsvormen van medicijnen.
  • uitleg te geven over mogelijke complicaties die kunnen ontstaan bij de verschillende toedieningsvormen.
  • de keuze voor de toedieningsvormen te verantwoorden.
  • te benoemen waarom de handeling volgens protocol dient te worden uitgevoerd.

Doelstelling vaardigheid subcutaan injecteren

De cursist is in staat zelfstandig en overeenkomstig het aangereikte vaardigheidsprotocol een subcutane injectie toe te dienen aan een bewoner/cliënt.

Leerdoelen theoretische componenten van de vaardigheid:

De cursist is in staat:

  1. te verwoorden wat het doel en de indicaties zijn van subcutaan en intra-musculair injecteren.
  2. te benoemen waarom bepaalde medicamenten subcutaan gegeven moeten worden.
  3. uitleg te geven over mogelijke complicaties die kunnen ontstaan bij het geven van een subcutane en intra-musculaire injectie.
  4. de keuze voor de benodigde materialen te verantwoorden.
  5. te benoemen waarom de handeling volgens protocol dient te worden uitgevoerd.
  6. het verschil aan te geven tussen het toedienen van insuline via een insuline pen en een gewone subcutane injectie.

Leerdoelen voor het verpleegtechnische handelen.

De cursist is in staat:

  1. de benodigdheden voor het toedienen van een subcutane injectie klaar te zetten voor het uitvoeren van de handeling.
  2. de benodigdheden voor het toedienen van insuline via een insuline pen klaar te zetten voor het uitvoeren van de handeling.
  3. een subcutane injectie uit te voeren in een oefen situatie op een pop.
  4. de controles te verrichten voor en nadat de injectie aan de patiënt wordt toegediend.

Doelstelling vaardigheid bloedsuiker prikken.

De cursist is in staat zelfstandig en overeenkomstig het aangereikte vaardigheidsprotocol een bloedsuiker te prikken bij een bewoner.

Leerdoelen theoretische componenten van de vaardigheid.

De cursist is in staat:

  1. te verwoorden wat het doel en de indicaties zijn van bloedsuiker prikken.
  2. de normaalwaarde van een bloedsuiker te benoemen.
  3. te verwoorden wat een bloedsuiker dagcurve inhoud.
  4. de keuze voor de benodigde materialen te verantwoorden.
  5. te benoemen waarom de handeling volgens protocol dient te worden uitgevoerd.

Leerdoelen voor het verpleegtechnisch handelen.

De cursist is in staat:

  1. de benodigdheden voor het bloedsuiker prikken klaar te zetten voor het uitvoeren van de handeling.
  2. een bloedsuiker te prikken in een oefensituatie op een pop.
  3. de controles te verrichten voor en nadat de bloedsuiker bij een bewoner is geprikt.

2 MODULE-ORGANISATIE

TABEL PLAATSEN

 

De theorie van deze module wordt gezamenlijk getoets met de theorie van de andere modulen waaruit de vaardigheidsscholing bestaat.

Na het afsluiten van de laatste vaardigheidsmodule vindt de toetsing plaats.

De toets bestaat uit open en/of meerkeuze vragen. De inhoud van de toets beslaat alle onderdelen van de vaardigheidsscholing.

De toets wordt met een voldoende gewaardeerd bij een cijfer van 6.0 en hoger. Een cijfer onder de 6.0 betekent een onvoldoende. Bij een onvoldoende resultaat is er de gelegenheid te herkansen. Wordt er wederom een onvoldoende resultaat behaald zal in overleg met de instelling eventueel een nieuw (aangepast) scholingstraject uiteen worden gezet.

De toetsing van de vaardigheden vindt plaats aan de hand van de observatielijsten.

De vaardigheden uit deze module worden gezamenlijk met de vaardigheden uit de andere modulen getoetst, aansluitend aan de theorietoetsing.

De toets wordt met een voldoende gewaardeerd als aan de gestelde criteria bij de observatielijst is voldaan. De deelvaardigheden met een * moeten allen behaald worden.

Bij een onvoldoende resultaat is er de gelegenheid te herkansen. Wordt er wederom een onvoldoende resultaat behaald, zal in overleg met de instelling, de desbetreffend vaardigheidsmodule opnieuw gevolgd dienen te worden.

 EVALUATIE MODULE

Aan het einde van deze module vindt u een evaluatieformulier. Het doel van dit formulier is om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en bij te sturen. Gaarne formulier inleveren bij de toetsing van de module.